De auteur vertelt
Beste lezers,
Evenals Benick bevind ik me met mijn leeftijd in de herfst van mijn leven. Allebei willen we van die periode een oogsttijd maken. Met het schrijven van een breed scala aan teksten heb ik in de loop der jaren een prettige reputatie verworven. Tussen mijn werkzaamheden door, zette ik mij aan het schrijven van enkele manuscripten. Waaronder het futuristische sprookje dat Benick noemde: ‘Terugblikken in de toekomst’. Hierin schiep ik een paradijselijk vrije samenleving. Aanvankelijk schreef ik het louter voor mezelf. De dromer in mij wilde zo mijn ergernis temperen over de benauwende zedelijkheidsnormen die onthutsend veel in deze wereld verzieken. Millennia terug was dat totaal anders, maar talloze basisvrijheden gingen in de eeuwen erna verloren.
Omdat ik dacht dat zo’n sprookjesachtige wereld er nooit kon komen, plaatste de cynicus in mij die in een permanente toekomst. Via een terminaal zieke vriendin leerde ik echter, dat er in huiselijke kring van een vrijzinnig denkende en handelende familie paradijselijke relaties bestonden. Ze vroeg mij of ik hun belevenissen wilde optekenen. De enige man in hun midden wilde dat graag, maar beschikte niet over de benodigde schrijfcapaciteiten. Het op papier zetten van hun vrije omgang met elkaar was al jaren zijn wensdroom, en die wilde zij via mij vervullen. Ze goot haar verzoek in een gekunstelde opdracht waarvoor ze wilde betalen. Van mij hoefde dat niet. Nadat ze het een en ander over die familie had verteld, had ik het sowieso gedaan. Maar omdat ze op die manier haar grenzeloze dank wilde tonen voor wat alle familieleden voor haar in een excessief zware periode van haar leven hadden gedaan, accepteerde ik het verzoek als een opdracht.
Enkele maanden na haar dood vertelden vier vrouwen en een man mij over ongekend dartele familierelaties. Ik zette dat alles op papier onder de werktitel: ‘Wensdroom’. Hun belevenissen gaven mij een beetje hoop, dat een veel vrijere samenleving heel misschien toch eens mogelijk is. Met dat beetje positivisme dimde ik de cynicus in mij. Dit deed de optimist ontwaken. En die situeerde mijn fictieve vertelling als futuristisch sprookje aan het eind van deze eeuw. Wat extra hoop op zo’n prettig vrije wereld gaf het bizarre dagboek dat ik herschreef, omdat hierin ook uitbundige relaties staan beschreven.
Twee waar gebeurde geschiedenissen hadden dus in gunstige zin invloed op de verzonnen vertelling! Om de band die hierdoor tussen de drie verhalen ontstond te versterken, weefde ik in mijn eigen werk enkele opmerkelijke overeenkomsten en leuke details uit beide. Bij het lezen van de boeken kom je ze vanzelf tegen. Waarom ik denk dat voor ‘Terugblikken in de toekomst’ op z’n best een toekomst als futuristisch sprookje is weggelegd, heb ik verwoord in een korte toelichting. Deze kun je samengebundeld met het eerste hoofdstuk van het boek als: ‘ Voorproefje van een…......’ hier downloaden. Op de achterkant staat ook een nu nog vage visuele vooruitblik op een opstandig tafereeltje, dat eigenlijk allang heel gewoon had moeten zijn.
Op verzoek van de personages in de vertelling ‘Wensdroom’ heb ik hun achternamen weggelaten, en de locatie van hun woonplaats veranderd. Zo willen zij het risico mijden dat lezers naar hun leefomgeving op zoek gaan. Zulke speurtochten volgen weleens na het lezen van een boek dat mensen aanspreekt. Vrij recent – nadat ik het manuscript al af had – gingen alle huisgenoten akkoord met mijn voorstel om hun belevenissen als familieroman onder de camouflagenaam van de dagboekschrijver te publiceren. Evenals ik, vinden zij ‘betweter’ een prettig universele naam die iedereen past, die z’n leven niet wenst in te richten als allesweters proberen te dicteren.
In de herschrijving van het dagboek heb ik niets weggelaten of veranderd. Alles erin is gebeurd als door de onbekende man opgetekend. Maar gezien het hoge gehalte bizarheid erin, snap ik dat Benick in zijn nawoord en op de boekomslag vraagtekens heeft gezet.
Over het verborgen houden van mijn eigennaam en geslacht, kan ik kort zijn. Eigenlijk had Benick dat kunnen vertellen. Het is aardig van hem dat ik het mag doen! Tja, waarom wil ik dat. Heel kort: beide beetjes kennis doen er niet toe. In geval de boeken goed verkopen, voel ik er niets voor een BN’er te worden. Publiek eigendom worden of enige vorm van persoonsverheffing ondergaan, nee dat wil ik niet. Verschrikkelijk lijkt me dat, en dat risico loop je als je schrijft. Een interview zal ik nooit geven. Ik vind dat zinloos, omdat het niets toevoegt aan wat al is verwoord. Waar het mij omgaat, is dat de inhoud van de boeken overkomt. Wie ze heeft geschreven, doet er dan niet toe. Ik volg hiermee de dagboekschrijver, wat een belangrijke reden voor mij was zijn camouflagenaam over te nemen. Om mij als schrijfster te presenteren, was louter ter afwisseling van het geslacht van de protagonist. Een idee van Benick. Oh, en nog leuk om te weten, en ik mag vertellen: Benick Broess is ook een camouflagenaam!
Evenals in onze uitgaven, is op deze website van alles anders dan het lijkt. Fictie en werkelijkheid worden overal in de wereld wel vaker door elkaar gehusseld. Kijk maar eens naar hoe politieke en religieuze machthebbers zo bezig zijn. Alleen is hun cocktail in de regel een mix van leugens en functiemisbruik met als doel: mensen overheersen. Benick en ik maken van fictie en werkelijkheid een speelse mix, met als belangrijkste oogmerk: mensen plezieren. Voorts is het leuk om lezers kennis te laten maken met prima levenswijzen die flink afwijken van wat algemeen als ‘normaal’ wordt beschouwd. Er zijn gelukkig meer lieden die, evenals wij alle drie, in de categorie ‘prettig gestoord’ vallen.
Beth Wheter