De uitgever vertelt

Hallo lezers,

Voor de samenwerking met Beth een feit werd, kende ik haar al. Zij het niet goed. We kwamen elkaar weleens tegen op bijeenkomsten, waar over levensbeschouwelijke thema’s werd gesproken. In de zomer van 2007 praatten we, samen afgezonderd in een rustig hoekje, over de benauwende zedelijkheidsnormen in de wereld. Allebei vonden we dat die de mensheid in een verstikkende houdgreep hielden. Ook bespraken we wat er moest veranderen om van alles een stuk prettiger te maken. Hierbij bleken we wonderlijk gelijkgericht te denken.

In die sfeer van verbondenheid vertelde ze dat ze enkele jaren geleden een detectiveachtig verhaal had geschreven in een volledig open en vrije wereld. Aanvankelijke louter voor zichzelf. Omdat er lichamelijke vrijmoedigheden in voorkwamen, die millennia geleden publiekelijk gewoon konden, had zij de vertelling in een permanente toekomst geplaatst. Zo wilde ze het onveranderlijk fictieve karakter ervan benadrukken. Naar haar overtuiging konden paradijselijk situaties als zij had beschreven er in de menselijke samenleving nooit meer komen. Tot zij via een goede vriendin op een waar gebeurde familiegeschiedenis stuitte, die zij in een manuscript verwerkte. Hierover zegt zij meer bij: Auteur vertelt.

Voor beide vertellingen wilde ze een uitgever zoeken. Alleen was ze aan die stap nog niet echt toegekomen. Op de dag dat ze mij dat vertelde, was ik op zoek naar iemand die een bizar dagboek van een nog altijd onbekende man prettig leesbaar kon herschrijven. In het nawoord dat ik op de startpagina van de website noemde, staat meer daarover.

Zij was op zoek naar een uitgever; ik naar een schrijver. Aan samenwerken konden we niet ontkomen. Vanzelfsprekend tot beider vreugde. De twee manuscripten die ze had geschreven, kende ik uiteraard nog niet. Maar nadat ze me er wat over vertelde, wist ik vrijwel zeker dat ze in het fonds van Die Esbron zouden passen. Al in het vroege stadium van plannen maken voor de uitgeverij hadden mijn compagnon en ik ons voorgenomen om bewust confronterende boeken uit te gaan brengen. Haar vertellingen leken aan die eis te voldoen. Van de geplande herschrijving van het dagboek hadden we dat al bepaald, met als gevolg: een besluit tot publicatie van alle drie.

In ruim een jaar tijd hebben wij dat gedaan. ‘Het meer van herinneringen’ en ‘Wensdroom’ zagen in 2008 het daglicht. In 2009 heeft ‘Terugblikken in de toekomst’ (na ‘De belofte aan mijn kleine’) hetzelfde gedaan. Alle drie kunnen ze dat schijnsel prima verdragen! Korte inhoudsbeschrijvingen van al onze publicaties vind je onder het tabblad Fonds, en in de folders.

Waarom Beth in de anonimiteit wil blijven en de camouflagenaam van de dagboekschrijver heeft overgenomen, zegt zij bij: Auteur vertelt. Hier zet ze tevens uiteen waarom zij zich als vrouw presenteert, en in het midden laat of dit echt zo is. Ik ga – om af te sluiten – hierna nog even in op het bestaan van andere mensachtige wezens, zoals beschreven in ‘Het meer van herinneringen’.

Tja, bestaat er eigenlijk wel een muskusgemeenschap, zoals de mysterieuze dagboekschrijver die noemt? Wie op internet met een zoekmachine en de woorden, Sasquatch, Bigfoot, Orang-Pendek of Yeti op cyberpad gaat, komt op tal van websites met informatie over hominide wezens. En op tv-kanalen als National Geographic en Discovery Channel worden soms documentaires getoond, die over het bestaan van harige, mensachtige verschijningen gaan. Er zijn zelfs filmpjes en foto’s van die wezens gemaakt, boeken geschreven, en een wetenschappelijke documentaire op dvd gezet. Overal in de wereld zijn ze door mensen talloze malen gezien. Uiteraard bestaat er overwegend scepsis over het werkelijkheidgehalte van die waarnemingen. Maar dat gebeurde ook toen er mensen opstonden die dingen zeiden als: – de aarde is rond -, – de zon draait niet om de aarde, maar de aarde om de zon – , en – materie en energie zijn uitwisselbaar (E = MC 2) -. Bedenk voorts dat er wel twijfel bestaat over het bestaan van andere hominide wezens, maar dat het bestaan van allerlei goden als zoete koek wordt geslikt, terwijl zij nooit worden gezien of gefotografeerd.

Het uitgeven van een boek waarin over het leven van muskussen en hun intenties wordt verhaald, zal van de overheersende scepsis niets afhalen. Zelf weet ik niet of ze echt bestaan. Ik heb ze nooit waargenomen. Toch acht ik het niet uitgesloten dat er op aarde wezens leven die zich voor mensen zo effectief weten schuil te houden, dat ze voor ons feitelijk onzichtbaar zijn. Evenals de dagboekschrijver heb ik de film en het boek: What the bleep do we know bekeken en gelezen. Voorts verslond ik tal van levensbeschouwelijke publicaties. Het in het dagboek genoemde feit, dat mensen dwars door dingen heen kunnen kijken, die er in werkelijkheid wel zijn, wordt in de films en boeken bevestigd. Er komen daarin meer feitelijkheden aan bod waarbij van alles anders is dan het lijkt. De wereld zit zo wonderlijk in elkaar, dat ik gebeurtenissen als in het dagboek beschreven absoluut mogelijk acht.

Bij dat alles telt voor mij ook dat de dagboekschrijver geloofwaardig overkwam. Ik heb hem weliswaar heel kort, maar hoe dan ook in levende lijve ontmoet. Voeg daarbij nog dat hij tijdens ons gesprek af en toe naast hem keek, alsof onzichtbaar voor mij iets of iemand zich daar bevond, plus het plots verdwijnen van meer dan dertig schriften uit een afgesloten archiefkast, en ik kan niet uitsluiten dat er een muskusgemeenschap bestaat. Zeker weten zal ik het vermoedelijk nooit. Misschien sta ik onvoldoende ervoor open om hen te kunnen zien. Wellicht is dat enkel weggelegd voor mensen die dat honderd procent kunnen. Of uitzonderlijk traumatische dingen hebben meegemaakt; zoals de mysterieuze dagboekschrijver.

Hier in cyberspace wil ik proberen een discussie te starten over de mogelijke aanwezigheid van een muskusgemeenschap op aarde. Ik ben er niet op uit om dat onomstotelijk aan te tonen. Iedereen die informatie heeft met daarin risico dat ze ontdekt kunnen worden, moet die kennis voor zich houden. Muskussen willen niet zichtbaar zijn voor iedereen, en dat vind ik terecht in deze barre wereld. Een ieder die hen een goed hart toedraagt, moet die wens respecteren. Waar het mij bij deze discussie omgaat, is achterhalen wie met hun intenties sympathiseert. We kunnen met z’n allen daarmee namelijk iets doen.

Voor mij doet het er niet toe of er een muskusgemeenschap en Muskusmensplan bestaat. Ik hoop uiteraard van wel. Het is hard nodig dat er in deze wereld fundamenteel van alles gaat veranderen. Aan politieke, religieuze, en andersoortige leiders in deze wereld kunnen we dat niet overlaten. Zij verzieken meer dan dat ze goed doen, en bovendien alsmaar sneller. In 2010 verscheen het vijfde boekwerk van Beth: ‘Oproep voor massale ongehoorzaamheid’. Een prikkelende titel, passend bij de confronterende inhoud. Hierin worden mensen aangespoord om mee te doen met vergaande acties; in lijn met de context van de boektitel, en uitputtend onderbouwd. Waar de aansporing op neerkomt, is dat we niet hoeven af te wachten of er wel een Muskusmensplan bestaat en uitgevoerd gaat worden. Mensen die het goed voorhebben met al het leven op deze planeet kunnen zelf wat doen. Onze uitgave ‘Oproep voor massale ongehoorzaamheid’ kan daarvoor een handleiding zijn. Iedereen die onze voorstellen daarin aanspreekt en in actie wil komen, moet wel over een flinke dosis lef beschikken. In navolging dus van ons trio.

Benick Broess